Veelgestelde vragen over de toekomst van het pensioenfonds

  • De Commissie Toekomst houdt zich sinds 2014 actief bezig met de vraagstukken rondom de toekomst van het pensioenfonds en adviseert het bestuur over de wijze waarop deze kunnen worden opgepakt. Ook de ontwikkelingen rond het nieuwe pensioen akkoord worden in deze adviezen meegenomen.

  • De risico’s waaraan een pensioenfonds wordt blootgesteld, zijn vertaald naar een zogenaamde kwetsbaarheidsmatrix die elk halfjaar wordt geactualiseerd. Aan de hand van deze kwetsbaarheidsmatrix bekijken de Commissie Toekomst en het bestuur regelmatig of het de beste oplossing is voor alle belanghebbenden om als zelfstandig pensioenfonds verder te gaan en/of dat er een andere vorm moet worden gekozen.

  • Die zijn door DNB opgenomen in een ‘factsheet’ (een overzicht van deze risico's) uit augustus 2013

    DNB heeft in het factsheet voorbeelden genoemd met betrekking tot:

    • Gekwalificeerde mensen voor bestuur en andere organen
    • Kostenvoorziening voor het betalen van de uitvoeringskosten
    • Beleggingsrisico’s die niet passen bij de veranderende verplichtingen
    • Zicht op (toekomstige) overdrachtsmogelijkheden
    • Capaciteit om actuariële risico’s zelfstandig op te vangen
    • Communicatie met de deelnemer
    • Balans tussen de beheersomgeving en de complexiteit van de beleggingsportefeuille
  • Tot nu toe is het doorgaan als zelfstandig pensioenfonds de beste optie gebleken, vergeleken met bijvoorbeeld een overgang naar een bedrijfstakpensioenfonds, een Algemeen Pensioenfonds (APF) of een verzekeraar. Ook in 2020 was dat nog de conclusie van het bestuur. In de komende jaren kan hier verandering in komen. Het nieuwe pensioenstelsel is daarbij een belangrijke factor, onder meer omdat een overgang naar het nieuwe stelsel tot extra kosten kan leiden. Op dit moment wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving, begin 2027 moeten alle pensioenfondsen overgestapt zijn naar het nieuwe stelsel.

  • Als in de toekomst de omstandigheden veranderen, zou dat kunnen betekenen dat het pensioenfonds de werkzaamheden beëindigt en dat de opgebouwde pensioenen worden overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder. Dat kan dan een bedrijfstakpensioenfonds of een verzekeraar zijn. Ook samenwerking met andere fondsen in een Algemeen Pensioenfonds behoort tot de mogelijkheden. In de Pensioenwet zijn het uit te voeren besluitvormingsproces en de te volgen overdrachtsprocedure vastgelegd. DNB houdt daar toezicht op.

  • Op dit moment niet. Het vermogen van het pensioenfonds is weliswaar voldoende om de opgebouwde pensioenen in te kopen bij een verzekeraar. Maar dan is er nauwelijks geld over voor toekomstige indexaties. Bij voortzetting van het pensioenfonds is er een realistische kans dat de pensioenen (veel) meer worden geïndexeerd.

  • Het wegvallen van de premie in 2018 had nauwelijks invloed op de financiële positie Door het geringe aantal actieve deelnemers en het premiebeleid in het fonds was de invloed van de betaalde premie al minimaal op de financiële ontwikkeling van het fonds. Door het wegvallen van deze opbouw en daarbij behorende premie veranderde er praktisch niets aan de financiële situatie van het fonds. Wel zullen de uitvoeringskosten in de jaren na 2020 scherp in de hand gehouden moeten worden. Ten behoeve van de Garantieregeling betaalt de werkgever de daarvoor benodigde koopsommen inclusief de administratiekosten en een solvabiliteitsopslag.

  • Er wordt van gesloten pensioenfondsen verwacht dat zij onderzoek doen naar de toekomst van het pensioenfonds waarbij alternatieven voor het voortbestaan van het fonds worden onderzocht. En dat zo’n onderzoek regelmatig wordt herhaald. Hierbij is van belang te onderzoeken hoe lang het nog opportuun is om het pensioenfonds te laten voortbestaan, waarbij een evenwichtige belangenafweging wordt gemaakt en de specifieke risico’s voor een gesloten fonds meegewogen worden. Met name vanwege het toeslagpotentieel is op dit moment voortzetting van het pensioenfonds de meest optimale oplossing. Als de financiële positie van het pensioenfonds wijzigt en/of er in de markt betere alternatieven zijn kan er uiteraard worden gekeken naar een andere uitvoering, zoals een bedrijfstakpensioenfonds, een algemeen pensioenfonds of een verzekeraar.

  • Het pensioenfonds is een zelfstandige entiteit. Aandeelhouders van Staples kunnen op geen enkele wijze beschikken over de door het fonds beheerde tegoeden of aanspraken. 

  • Als het pensioenfonds wordt opgeheven dan moeten de bij het pensioenfonds opgebouwde pensioenen worden overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder. Dat kan dan een ander pensioenfonds of een verzekeraar zijn. In de Pensioenwet zijn het uit te voeren besluitvormingsproces en de te volgen overdrachtsprocedure vastgelegd. DNB houdt daar toezicht op.

  • De stichting blijft Garantieregeling uitvoeren tot en met 31 december 2020 en zal tot en met die datum uitvoering geven aan de Garantieregeling voor de debetreffende deelnemers die dan nog in dienst zijn van de werkgever. De werkgever betaalt de benodigde premies voor de Garantieregeling.

  • Na 31 December 2020 geeft de werkgever een vergoeding voor de uitvoeringskosten inclusief de kosten van governance voor de jaren na 2020. De stichting is een zelfstandige entiteit.

  • Er is gekozen voor een gewijzigde overeenkomst om grote aanpassingen in het pensioenreglement en de statuten te voorkomen en om meer duidelijkheid te krijgen. Vooralsnog blijven de statuten ongewijzigd. De wijzigingen in het pensioenreglement wordt in een addendum vastgelegd.

  • De huidige bestuursleden blijven. Er zijn met de werkgever afspraken gemaakt voor de levering van bestuursleden (namens werkgever) tot en met het einde van 2020. Voor de periode daarna heeft de werkgever een bedrag ter beschikking gesteld om de governance intact te houden. In de loop der tijd zullen hier bij verdere krimp aanpassingen op volgen.

  • De samenstelling van de bestuurszetels wijzig niet tot en met 31 december 2020, omdat de Garantieregeling tot die datum loopt en iedereen er baat bij heeft dat deze goed wordt uitgevoerd.

  • Zeker. Het stichtingsbestuur heeft realistische eisen gesteld en de werkgever is daarin meegegaan.

  • Het bestuur voert regelmatig een uitgebreide toekomstanalyse uit en de uitkomst hiervan is dat het bestuur vooralsnog van mening is, dat het fonds tot rond het jaar 2025 op de huidige voet kan worden voorgezet. Mocht er reden zijn om de overdacht of samenwerking eerder te laten  plaatsvinden, zal het bestuur alle belanghebbenden op de hoogte houden en alle noodzakelijke stappen delen. Waaronder het raadplegen van de deelnemers (zoals voorgeschreven door DNB) bij het nemen van een belangrijke stap. Daarbij worden alle ontwikkelingen rondom het nieuwe pensioenakkoord ook meegenomen in de afwegingen.

  • Staat uw vraag er niet bij? Klik dan hier en lees meer veelgestelde vragen over uw pensioenfonds. Op de pagina contact vindt u de verschillende manieren om contact met ons op te nemen. Wij helpen u graag verder. Om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws kunt u zich ook abonneren op de nieuwsbrief van het fonds.